“Wat de boer niet kent dat eet hij niet”. Of dit een waarheid is als een koe, laat ik in het midden. Ik ken genoeg boeren die alles lekker vinden en bovendien graag koken of er hun ‘tweede tak’ van maken. Ik wil het graag van een andere kant bekijken: Kent de burger wat hij eet? En vooral: Weten jongeren (nog) waar hun eten vandaan komt? Gelukkig zijn er in het onderwijs diverse mogelijkheden voor stages. Maar dan moeten we jongeren die stage-kans wel bieden! Lees verder »
Onderwijs en boerenleven: ik noem het mijn ‘combileven’. Het komt vaak samen in mijn werk ‘voor het onderwijs’. Bijvoorbeeld wanneer ik in een nieuwsbrief schrijf over maatschappelijke (food)stages.
De Consumentenbond heeft een nieuwe MiniGids uitgebracht in deze januarimaand waarin je schijnt te moeten diëten. Zo’n minigids is een mooie bron voor gebruik in de les. Als onderwerp van een discussie bijvoorbeeld of als (samenwerkings)opdracht.
Je kunt ook wat meer bewegen, op de fiets bijvoorbeeld.
Afgelopen maandag heeft hij mollenklemmen gezet. Dus die moeten worden gecontroleerd!
Niks bijzonders.
Maar wel voor mijn vader van bijna 80, die man met die (Kennisnet)pet op die quad: het is zijn eerste ‘werk’ weer.
Op 23 augustus heeft hij een dubbele hartoperatie ondergaan.
“Het komt goed” zei hij toen hij uit de narcose kwam.
En zoals het er nu naar uit ziet: “Het kwam goed.”
Een nieuwsbrief maken is me niet helemaal onbekend. Elf jaar lang verstuurde ik maandelijks, soms wekelijks een nieuwsbrief naar de leden van de community verzorging. Maar omdat ik daarmee gestopt ben en tóch weer verder ga, blijf ik ook doorgaan met nieuwsbrieven maken.Voorlopig in een wat ‘ouderwetse vorm’ die echter door veel mensen gewaardeerd wordt: een eenvoudige pdf met info.
Vanmorgen las ik in Trouw over de Maatschappelijke Stage, over onbekendheid ervan in de maatschappij, leerlingen (en docenten!) die niet de mogelijkheden ervan zien, problemen en moeite die scholen (en scholieren) er soms mee hebben. En opeens had ik een onderwerp voor een lesidee als tweewekelijkse bijdrage op Onderwijs van morgen. De link naar het lesidee op de site van uitgeverij Malmberg, zal ik na publicatie ervan, hier alsnog plaatsen. [aanvulling 19 mei 2011: het lesidee]Nu op mijn blog kan ik mijn gedachten erover kwijt. Want: waar hebben we het over? Lees verder »
Toen ik nog jong was, heel lang geleden in de jaren 70-80, zat ik op school. Ik deed de brugklas havo/vwo en ondanks dat ik naar het vwo kon na het eerste jaar, vonden mijn ouders het beter (veiliger) als ik de havo deed. Dat was net zo goed, en ik hoefde niet zo te presteren. Zonder weerwoord deed ik dat, ik was (toen nog) heel gewillig en volgend. Lees verder »
De afgelopen week was druk. Te druk. Maar daarin ben ik niet alleen, wie heeft het niet druk? Maar het had weinig met onderwijs te maken. Of ja, toch wel. Het was de combinatie van boerderij en onderwijs. Want ik ben weer iedere dag voorzichtig aan het onderwijs-werk. Kleine klusjes voor uitgevers die me tijd en ruimte geven weer op te starten. En het lukt: schrijven, denken, concentreren op één ding: ik merk dat ik vooruit ga en ook anderen merken het. Ik ben er zo blij mee, want ik voel me weer nuttig.
In deel 1 over plattelandseducatie, schreef ik over hoe het er aan toe gaat hier op de boerderij. Geen echte leerboerderij, maar wel heel leerzáám, iedere dag weer. In dit deel 2 wil ik het hebben over échte leerboerderijen. Na biologische boerderijen, kampeerboerderijen, kaasboerderijen en zorgboerderijen doemt er namelijk weer een nieuwe verbredingsvariant aan de ‘boerderijhorizon’op: de leerboerderij.
leerboerderij
Ga je googelen op ‘leerboerderij‘dan krijg je i.h.a. websites van boerderijen waar ongetwijfeld ‘veel te beleven is’, ook wat betreft educatie. (Het is overigens wel een eyeopener, want het zijn er namelijk ontzettend veel in aantal.) Daarover zal ik echter in deel 3 schrijven, want er zijn werkelijk páreltjes hier in Nederland.
In dit deel 2 wil ik proberen uit te leggen waar de naam leerboerderij eigenlijk voor staat. En ook een oproep doen aan jullie, lezers van dit blog met een boerderij. Want er zijn leerboerderijen nodig! Maar daarover meer aan het einde van deze blogpost.
maatje van de boer(in)
Broer-boer, Leon, Anneliene en Herberg poseerden vrijwillig hier op de boerderij. Ze zijn niet werkzaam/lerend op een leerboerderij dus.
Op een leerboerderij krijgen leerlingen uit het basisonderwijs die dreigen vast te lopen binnen het reguliere onderwijs, een kans geboden. Het is een ‘gewone’ boerderij waar de boer(in) en andere gezinsleden naast het reguliere werk leerlingen met een extra zorgvraag begeleiden. Het gaat dan om leerlingen die een lastige thuissituatie hebben, die zelf emotionele problemen hebben of een psychiatrische aandoening zoals ADHD of autisme. Kinderen in deze categorieën worden gedurende een bepaalde periode ‘maatje van de boer(in)’. Ze krijgen hierdoor vaak weer voldoende zelfvertrouwen en innerlijke rust om daarna weer terug te gaan naar het reguliere onderwijs.
Herbert en Anneliene zijn mijn buurkinderen en leren niet op een leerboerderij.
succesfactoren
De situatie op een boerderij, met veel mogelijkheden van activiteiten en ervaringen, én de autoriteit van de boer(in), zijn belangrijke succesfactoren. Op een leerboerderij werkt de boer(in) samen met de school aan een gemeenschappelijk gedragen handelingsplan voor de leerling. Het fenomeen leerboerderij wordt gesteund door de Taskforce Multifunctionele Landbouw van LNV. De samenwerkingsverbanden Weer Samen Naar School (WSNS) en Trajectbureau Boer-en-Maat voeren het uit.
leerboerderijen gezocht in Enschede e.o.
De afgelopen 3 jaar is een leerboerderij-pilot gehouden in Twente. Die proef heeft goede resultaten opgeleverd. Nu zoeken de samenwerkingsverbanden WSNS in Enschede boeren die een veilig en positief sociaal-emotioneel klimaat kunnen bieden aan zorgleerlingen uit het basisonderwijs. In eerste instantie naar boeren in de buurt van Enschede, die van hun boerderij een ‘Buiten-Gewone Leerplek’ willen maken. Zij willen leerboerderijen inzetten in het kader van Passend Onderwijs aan zorgleerlingen uit het basisonderwijs. De boeren krijgen vooraf een cursus ‘Buiten gewoon leren’ aangeboden om te ontdekken of dit werk hen ligt en om handvaten te krijgen hoe zij een leertraject vorm kunnen geven. Deze cursus zal in het najaar worden gehouden.
Geïnteresseerde boeren en boerinnen worden uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst op 7 september om 20.00 uur in de Oude Usselerschool aan de Usselerschoolweg in Enschede. Zij worden gevraagd vooraf contact op te nemen met het Trajectbureau Boer-en-Maat, boer-en-maat@hetnet.nl of tel. 0548-595275.
geen belangen
Contact met dieren kan kinderen goed doen.
Ik heb geen enkel belang of aandeel in bovenstaande oproep. Wel ondersteun ik het initiatief van harte. Omdat ik, ook zonder het label leerboerderij, hier op de eigen boerderij met eigen ogen zie hoe kinderen op kunnen bloeien. Al is het maar een uurtje dat ze mee mogen (be) leven hier bij de dieren.
Zomaar opeens op één dag. Was daar dat krantenartikel over leerboerderijen. En dat dode kalfje de nacht ervoor hier op de boerderij. En die langsfietsende, onthutste kinderen die ik uit moest leggen waarom die auto met grijper dat dode kalfje zomaar in die stinkende vrachtwagen van het destructiebedrijf meenam. En Bart van Luik, een volger van mijn getwitter, die zíjn volgers attendeerde op mijn blog.
Ik realiseerde me dat ik toch echt weer hier eens een blogje moest schrijven. Mijn hoofd staat er eigenlijk niet naar, het vlot niet zo met mijn hersens. Maar goed, daarbij krijg ik binnenkort hulp. Ik wil het er even niet over hebben, ook al is dat een reden dat ik hier niet zo regelmatig schrijf. En dat het schrijven wat moeizaam gaat en misschien wat vreemde constructies en/of woorden bevat. Mijn excuses hiervoor.
Leerboerderij
Feit is dat al die genoemde gebeurtenissen me aanzetten om dit eens op te schrijven. Mijn opzet was eigenlijk over alleen leerboerderijen te schrijven. Maar het is beter dat ik er twee delen van maak. Want hoe kan ik nu bloggen over mensen en kinderen die juist op een boerderij zorg op maat kunnen krijgen, zonder eerst maar eens te laten zien wat er gebeurt op de boerderij hier?
Ik woon en werk er immers, en mag denk ik uit ervaring spreken als ik schrijf dat er op een boerderij volop mogelijkheden zijn drukke gedachten te verzetten. En dat er volop te leren is, zowel door de bewoners, als door ‘de burger’/ ‘de consument’ / de lezer van dit blog! Ik doe een poging in dit deel 1 van mijn ‘educatieve plattelandsblogpost’.
Bijzonder
Ik realiseer me dat ik leef en werk op een bijzondere plek, of eigenlijk ook niet want ik vind het heel gewoon. Ik ben namelijk geboren en getogen op een boerderij. Ik woon en werk er nog (weer), na een 2-jaar durende omzwerving omdat de kalverliefde in die nieuwbouwwijk nooit uitgroeide tot grote koeienliefde. Ben vertrokken en woon nu heel tevreden al meer dan 20 jaar samen met een broer-boer-lief op de melkveehouderij. Maar dit allemaal terzijde.
Om een indruk te geven: in 2007 maakte ik een serie foto’s van huis, tuin en erf om een beeld te geven van mijn leefomgeving:
In 2008 schoot ik weer wat beelden:
En toen in 2009 trotse eigenaar werd van een iPhone, was het helemaal eenvoudig om snel een beeld te schieten en ook meteen de wereld in te sturen. In 2009 bijvoorbeeld waren dit zomaar wat dingen die voor de cameralens van de iPhone kwamen:
Seizoenen
Er gebeurt hier dus best veel. Ieder seizoen weer die jaarlijks terugkerende bijzondere momenten. Ieder voorjaar die koeien die dolblij na een lange stalperiode weer het weiland in kunnen:
Vervolgens het gras dat gemaaid en ingekuild of in rollen geperst wordt. In de winter haalt het vee immers niet zelf het voer buiten op. We brengen het dus naar het vee binnen. Zoals we zelf in de vriezer een voorraad aanleggen van groenten uit de moestuin, zo leggen we voor het vee een voervoorraad aan in de vorm van kuilgras, hooi of aangekochte mais of andere produkten.
De volgende foto’s laten zien hoe we gras maaien en laten hakselen en inkuilen:
Of hoe we gras maaien en de loonwerker met een rollenpers er plastic rollen van laten maken. Zoals op 14 augustus 2010:
[tylr-slidr width="360" height="400" userID="" groupID=""]http://www.flickr.com/photos/edufloortje/sets/72157624599932357/[/tylr-slidr]
Zomers zijn soms zo heet, dat de koeien overdag niet in het warme weiland kunnen blijven. In het kader van dierenwelzijn denk ik dat je dieren dan beter in een wat koelere stal kan onderbrengen. Ondanks dat Marianne Thieme vindt dat alle dieren in de wei horen. Nou, er zijn grenzen! Hier vinden de dieren bij hitte verkoeling onder een 2 meter doorsnee ventilator boven in de stal:
Maar ook in de winter, zeker strenge, heb je je handen vol. Als waterbakken bevriezen omdat het in de stal ook vriest, moet je dag en nacht de waterbakken ontdooid houden. Dat betekent: sjouwen met emmers water. Of als er leidingen springen zodat de kalverhokken onderlopen:
Vertel wat je doet
Over dit alles twitter ik regelmatig. Gewoon, omdat ik vind dat je als melkveehouder moet laten weten en zo mogelijk moet laten zien hoe jij ervoor zorgt dat er zuivelprodukten in de winkels liggen. Dat bijvoorbeeld onze melk bij FrieslandCampina wordt verwerkt. En dat iedere liter melk die FrieslandCampina bij ons ophaalt, op dit moment ongeveer 30 cent opbrengt. Per jaar leveren de ongeveer 50 dames hier zo’n 400.000 liter melk.
Misschien denk je nu: pfff, wat een geld levert dat op … Jawel, maar omzet is nog geen winst, dat weet iedere ondernemer. De melk die de dames produceren, heeft ook een kostprijs. Produceren doe je immers niet van water en lucht alleen:
De lieverds eten voer, waaronder aangekocht krachtvoer.
De dierenarts helpt de dieren gezond te houden. Aangezien er geen zorgverzekering voor het melkvee bestaat, betalen we gewoon de rekening.
De loonwerker moet betaald. Hij haalt gras en hooi van het land met duurbetaalde machines, rijdt mest uit over het land om het gras te kunnen laten groeien en doet zware klussen waar we zelf geen machines voor hebben.
Machines en gebouwen hebben gewoon net als de meeste aangekochte huizen, een hypotheek. En moeten onderhouden worden zodat optimaal gepresteerd kan worden door mens en dier.
Het weiland moet onderhouden worden, net als de sloten. Want een mooi groen, vlak weiland toont toch beter dan een onkruidzooi of dood, bruin grasdek! En de sloten mogen niet overwoekert raken, dan protesteert het Waterschap.
En dan nog alle (geldverslindende) eisen waaraan je als veehouder moet voldoen. Begrijp me niet verkeerd: regels moeten er zijn, maar in NL heb ik toch wel de indruk dat alles wat OVER-geregeld is. Zo’n beetje alles wordt gecontroleerd door allerlei instanties. Allerlei vergunningen zijn nodig, en die zijn helaas niet gratis af te halen.
Om het bedrijf up-to-date te houden en om er verantwoord en met plezier in te kunnen (laten) werken, zal je moeten investeren. Zo was er vorig jaar de revisering van de melkstal en een nieuwe opslag voor het kuilvoer. En dit jaar de ventilatieverbetering in de vorm van de verwijdering van een stuk muur uit de zijgevel van de stal. Voor meer frisse lucht voor het vee.
Dan nog kosten van oormerken (die ‘mooie’ gele flappen in de oren van vee) en van ophalen van dode dieren, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Dat gaat dus iedere maand weer af van de melkopbrengsten. En dan zijn er wel eens jaren dat de melkprijs die een melkfabriek uit kan betalen zo laag is, dat er onder de streep gewoon niets over blijft. Negatief is zelfs. En dus is het zaak in wat vettere jaren verstandige dingen te doen…
Conclusie
Mocht je nu de conclusie trekken: wat een geklaag daar weer door zo’n boer, dan zou ik dat jammer vinden. Want ik wil juist aangeven dat het leven op een boerderij heel mooi is, ondanks regels, ondanks niet altijd reëel geschetst beeld door en in de media, en ondanks afhankelijkheid van tendentieus gekwetter in de maatschappij en het weer!
In deel 2 van deze blogpost wil ik graag schrijven over de bijdrage die boeren kunnen leveren aan het welbevinden van mensen en vooral: kinderen. Want er gebeuren heel mooie dingen wat betreft onderwijs en zorg op het platteland. Onder andere op boerderijen. Niet hier. Indirect soms wel, bijvoorbeeld door machines beschikbaar te stellen aan leerlingen die hun trekkerrijbewijs gaan halen. Hier is de ‘tweede tak’ mijn werk als auteur, docent, leermiddelenontwikkelaar en nog zo wat. En omgekeerd is de melkveehouderij de ‘tweede tak’ van mijn bedrijf EduFloor. Want hand en spandiensten verleen ik hier wel. Veel wel.
Vooralsnog hier geen ‘verbreding’ van de melkveehouderij. Maar wat niet is kan komen toch? Zo’n blog schrijven kan een eerste aanzet zijn. Want door mijn zoektocht op internet ter oriëntatie, weet ik weer eens wat er zoal mogelijk is…